Aalstreep: Donkere streep die precies in het midden over de lengte van de rug loopt.
Adjuvans: wat aan het voornaamste geneesmiddel moet worden toegevoegd in een medisch recept, ter verbetering van de opname of werking
Agouti: term die word gebruikt als de afzonderlijke haren 2 of 3 donkere banen
Antigeen: Biologische substantie die in het bloed wordt gebracht, bv. bij vaccinatie, om het aanmaken van beschermende antilichamen te stimuleren.


Bi-colour: elke willekeurige kleur met wit (liefst zo gelijkmatig mogelijk verdeeld).
Blotched: letterlijk: vlek, klodder; gemarmerd.
Break: punt waar de snuit eindigt en overgaat in wangen of voorhoofd.
Brindled: schildpad waarvan de kleuren door elkaar lopen.
Broek: lange beharing aan achterzijde van de achterpoten
Buff: zeemkleurig, zacht geel
Bull's eye: cirkelvormige krul/vlek op de flank van een klassiek gemarmerde kat.
BVetMed: Bachelor in de diergeneeskunde


Calico: schildpad met veel (2/3) wit
Cameo: rood of cremekleurige tabby waarvan de afzonderlijke haren maar voor eenderde zijn gekleurd.
Chinchilla: witte agoutie
Chocolate: vachtkleur; chocoladekleurig, mutatie van de kleur zwart.
Chordata/chordadieren: is de stamgroep die de gewervelden omvat en een aantal verwante ongewervelde groepen. Het omvat alle dieren die in aanleg een notochord hebben. Dit is een stevige streng weefsel die langs de gehele rug van het dier loopt. Bij de gewervelden wordt in een later stadium van de ontwikkeling van het dier de rug nog verder verstevigd door een serie ruggenwervels. Van de oorspronkelijke notochord is meestal alleen in het embryonale stadium van iets terug te vinden.
Cinnamon: vachtkleur; kaneelkleurig, mutatie van chocolate
Cobby: Engelse term voor een gedrongen lichaamsbouw.
Colourpoint: tekening zoals bij de Siamees, met donkere extremiteiten (gezicht, oren, poten en staart.)
Concaaf: hol
Convex: bol


Dermatologisch: de huid betreffend
Dilute: term uit de genetica; verdund.
Dominant: overheersend; in de genetica: het kitten vertoont een eigenschap al wanneer deze door één van beide ouders wordt doorgegeven.
DVM: Doctor in de diergeneeskunde


Ems: Easy Mind System
Extremiteiten: gezicht, oren, poten en staart.


Fawn: vachtkleur; verdunning van cinnamon.
Fenotype: genetica term voor het uiterlijk van de kat.
FIFe: Fédération Internationale Féline; verenigde kattenclub organisatie met 40 leden over de hele wereld (o.a Felikat en Mundikat) http://www.fifeweb.org
Flanken: zijkant van het lichaam tussen de ribbenkast en de dijen
Foreign type: elegante gebouwde kat; zoals de Abessijn of Russisch Blauw.


Gedomesticeerd: tam gemaakt; als huisdier geschikt gemaakt.
Gen: drager van een erfelijke eigenschap.
Gemarmerd: vachttekening; onregelmatig gevormde vlekken.
Genetica: erfelijkheidsleer; kennis van de erfelijke eigenschappen die (in dit geval) katten aan de volgende generatie kunnen doorgeven.
Genotype: term voor de genetische samenstelling van een kat.
Ghost marking: spooktekening; zeer onduidelijke tekening bij een op het eerste gezicht egaal gekleurde kat. Vaak zichtbaar bij kittens maar verdwijnt meestal als ze ouder worden.
Glitter: waneer aan de buitenkant van bruine haren het pigment ontbreekt geeft dat een effect alsof de kat met goudglitter is bestrooid.
Golden: vachtkleur/patroon; zilver met een zandkleurige ondervacht en een hele vage tabbytekening.
Gypsy shag: Los en veerkrachtig haar van verschillende lengten (gelaagd). Lijkend op een uitgezakte permanent van kleine krullen. Halflang haar met losse krullen van liefst verschillende lengten, zoals bij de LaPerm. In vergelijking heeft de Selkirk Rex een afro kapsel en hebben de Devon en Cornish Rex een vacht met wafelijzer effect.


Harlekijn: Van tekening (zie aldaar) in willekeurige kleur + een aantal (niet te veel) kleine vlekken van dezelfde kleur op poten en lichaam.
Heterozygoot: term voor een niet fokzuivere eigenschap.(Dd)
Himalayapatroon: tekening als bij de Siamees, meestal bij langharige katten.
Holarctische regio: gebied met een grote overeenstemming in de fauna, omvattende het grootste deel van Noord-Amerika , Europ en Azië.
Homozygoot: term voor een fokzuivere eigenschap. (dd of DD)
Hybride: kruising tussen een wilde en een gedomesticeerde soort


Incubatie tijd: de tijd tussen de besmetting met een ziekte en de eerste verschijnselen.
Inhibitor gen: DOMINANT verervend gen wat een zilverwitte ondervacht veroorzaakt.
Inteelt: paring van nauw verwante dieren, bv moeder en zoon;. wordt soms met opzet gedaan om te achterhalen of er ongewenste recessieve genen aanwezig zijn.


Katerwangen: sterk ontwikkelde wangen bij volwassen katers.
Klassiek tabby: marmerpatoon met 'bull's eye'
Knickerbocker: lange beharing aan de achterpoten tot aan de hak.
Knikstaart: afwijking in de staartwervel; kwam veel voor bij oosterse rassen maar is tegenwoordig ongewenst.


Leopard spotted: vlekkenpatroon zoals voorkomen bij wilde katachtigen
Lijnteelt: wanneer verwante dieren met elkaar gepaard worden, bv halfbroer x halfzus.
Lilac: vachtkleur; verdunning van chocolate.
Locket: een ongewenste kleine witte vlek die meestal op de nek, in de lies of in de oksel voorkomt maar ook wel eens op de tenen of voeten, die waarschijnlijk het gevolg is van een gen voor witte vlekken wat niet DOMINANT is.
Lynxpoint: tabbypoint; tabby tekening op de extremiteiten met nauwlijks of geen tekening op het lichaam
Lynx tips: plukjes haar op de punten van de oren


Mackerel: vachtpatroon; gestreept
Marble: vachtpatroon; gemarmerd
Maltesing: kleur verdunning (bv: blauw is een verdunning van zwart)
Melanistisch: recessief vererfde eigenschap waarbij vacht en huid van de kat zwart of bijna zwart is. Vaak is bij de juiste lichtval een vage tekening zichtbaar. Het bekendste voorbeeld van melanisme is de zwarte panter ; het tegenovergestelde van albino.
Mink: mahonie
Mitted: witte sokken aan alle vier de poten, achter meestal tot aan de hakken, voor meestal alleen de voetjes.
MRCVS: Lid van het Royal College of Veterinary Surgeons


Neotropisch: Het neotropisch gebied omvat behalve heel Zuid-Amerika, het grootste deel van Mexico, de rest van Midden-Amerika, de Westindische eilanden Trinidad en Tobago, en in het zuiden de Falkland Eilanden.
Neusbrug: bovenkant van de neus
Neusleer: voorkant van de neus
Non-agouti: zonder vachtpatroon


Ocelli: zie oogvlekken
Odd-eyed: oneven gekleurde ogen; bv een blauw en een geel oog
Oligidactylisme: katten met deze afwijking hebben minder dan het normale aantal tenen aan de poten
Oogvlekken: lichtgekleurde tot witte vlek op de achterkant van de oren zoals voorkomend bij wilde katachtigen.


Parti-colour: zie calico
Pied: onregelmatig verdeelde kleurvlekken
Pigmentatie: kleuring
Pinch: benaming voor een duidelijk inkeping aan de zijkant van de kop bij de overgang van snuit naar wangen
Placenta: nageboorte, moederkoek; weefsel wat de kittens in de baarmoeder met de moeder verbindt.
Pointed: tekening op de extremiteiten (poten, gezicht, oren en staart); zie ook colourpoint, tabbypoint en lynxpoint
Points: gezicht, poten oren en staart
Polydactylisme: polydactyl katten hebben meer dan het normale aantal tenen, soms wel tot het dubbele aantal
Prominent: opvallend, in het oog springend, vooruitstekend


Recessief: term uit de genetica; het kitten vertoont een eigenschap pas wanneer het door beide ouders wordt doorgegeven.
Rosetted/rozet: vachtpatroon van vlekken met een donkere rand op een lichtere ondergrond
Rufous: verwijst naar de mate van rossigheid van de vachtkleur, met name bij de vachtkleur van bruine tabbies. De rufous factor verandert vaal beige 'geel' in een briljante abrikoos kleur; en vaal oranje in briljant, warm rood.


Schildpad: vachtpatroon met 'rode' vlekken, een kat met dit vachtpatroon is beter bekend onder de naam lapjeskat
Sepia (1): schijnbaar effen gekleurde kat die het gen voor points draagt. Soms is het ook te zien dat de staart en poten iets donkerder zijn.
Sepia (2): oud ivoor kleurig (als bij de Singapura)
Shaded: vachtpatroon waarbij de haren 1/3 gekleurd zijn
Shell: vachtpatroon waarbij de haren 1/8 gekleurd zijn
Smoke: vachtpatroon waarbij de haren 2/3 gekleurd zijn
Solid/self: term die wordt gebruikt voor effen gekleurde katten.
Solitair: alleen
Sorrel: Abessijn variant van rood
Spooktekening: zeer onduidelijke tekening bij een op het eerste gezicht egaal gekleurde kat. Vaak zichtbaar bij kittens maar verdwijnt meestal als ze ouder worden.
Spotted: vachtpatroon; gevlekt
Stop: diepe inkeping in de neusrug ter hoogte van de ogen


Tabby: algemene term voor alle gestreept, gevlekt en gemarmerd
Tabbypoint: tabby tekening op de extremiteiten
Tan: rood bruin
Tawny (1): benaming voor een zwart gevlekte Ocicat
Tawny (2): benaming voor een ticked tabby American Lynx
Textuur: structuur, samenstelling
Thumb print: donkere veeg op de achterkant van het oor in de vorm van een duimafdruk
TICA: The International Cat Association, naar eigen zeggen de grootse kattenvereniging van de hele wereld
Ticking: term die word gebruikt als de afzonderlijke haren 2 of 3 donkere banen vertonen. Dit is bv het geval bij gestreepte of gevlekte katten en bij de Abesijn, het wordt ook wel agouti genoemd.
Tipped/tipping: vachtpatroon waarbij alleen de uiterste punten van de haren geleurd zijn
Torbie: populaire afkorting van tortietabby
Torso: romp
Tortietabby: term voor een kat die zowel tabby- als schildpad tekening heeft
Tortieshell: schildpad patroon zonder wit
Tri-colour: andere benaming voor schildpad met wit


Van/Van bicolour: witte kat met gekleurde staart en oren/bovenkant kop.
Verdunning: lichtere uitvoering van een kleur.b.v: de verdunning van rood is crème


Werpkist: kist met een (half)open bovenkant waarin de poes kan bevallen en haar kittens in alle rust kan verzorgen
Whisker break: daar waar de snorhaarkussens overgaan in de wang