Voortplanting

Paring


Vrouwelijke katten of poezen zijn gemiddeld twee tot drie keer per jaar krols, maar dit is heel variabel: sommige poezen worden het hele jaar door om de twee weken krols, andere worden maar één keer per jaar krols. Dit komt het meest voor tussen januari en april, maar ook tussen juni en september. Doordat de hormonale cyclus afhankelijk is van het aantal uren daglicht, is een poes tussen oktober en december zelden krols. Katten die vaak binnen zijn in goed verlichte huizen, zullen toch het hele jaar door krols worden.Een cyclus duurt ongeveer twee weken. Hierin is de poes echter maar twee tot vier dagen vruchtbaar. Zij zal in deze periode duidelijk kenbaar maken dat zij krols is door te roepen naar potentiële paringskandidaten. In deze periode kan een poes ook urine gaan sproeien. De kater kan deze roep beantwoorden, waarna ze van elkaar weten dat er van beide kanten goedkeuring is.

Bij de paring bijt de kater de poes in de nek en ejaculeert snel nadat zijn penis in de vagina zit. Het uiteinde van de penis is bedekt met weerhaakjes die de ovulatie stimuleren. Een poes en kater kunnen meermalen per dag paren. Een poes kan ook door meer dan een kater worden bevrucht. Een nest kittens kan ook van verschillende vaders zijn.

Zwangerschap

Een poes is gemiddeld negen weken (65 dagen) zwanger. Na drie weken worden haar tepels rozerood, waarna het nog eens zes weken duurt voordat het dier bevalt. De gewichtstoename bedraagt gemiddeld een kilo.

Bevalling

De weeën beginnen ongeveer zes uur of meer voor de bevalling. De poes begint sneller adem te halen en gaat spinnen. De weeën nemen toe van ieder half uur tot elke vijftien seconden. Daarna komt de eerste kitten tevoorschijn. De poes zal daarna de navelstreng doorbijten en de kitten gaan likken om zodoende de ademhaling op gang te brengen. Het is van belang dat de kitten drinkt van de colostrum, de eerste melk.

Voor een poes die als huisdier wordt gehouden, kan twee weken voor het werpen een werpdoos worden neergezet. Na de bevalling kan de poes uit de doos, maar de kittens niet.

Kittens

Een jong katje heet een kitten. Ongeveer 66% van de kittens komt ter wereld met de kop eerst. Bij de geboorte is een kitten doof en blind. Na ongeveer 10 dagen kan een kitten zien en na 17 dagen werkt het gehoor. Na vier tot vijf weken gaat een kitten over op vast voedsel. Dit is ook het moment waarop de moederpoes de kittens leert om gebruik te maken van de kattenbak. Toch blijven veel kittens zogen bij de moeder tot ze minstens een maand of 6 zijn, indien ze de kans krijgen.[21]

Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van een kitten weer.

TijdOmschrijving
  • 1 week ogen open, begin van focussen
  • 2 weken kan kruipen maar nog niet op poten staan
  • 17 dagen kan horen
  • 3 weken begint te lopen
  • 4 weken begint met vast voedsel
  • 6 weken ogen beginnen definitieve kleur te ontwikkelen
  • 8 weken heeft volledig melkgebit
  • 8 weken jachttechniek wordt geoefend[3]
  • 8 weken castratie mogelijk[22]
  • 9 weken eerste vaccinatie panleukopenie en rhinotraceitis/calici
  • 13 weken tweede vaccinatie
  • 18 weken wisseling melkgebit naar blijvend gebit
  • 24 weken standaardleeftijd castratie
In de jeugd van de kat is er een periode, tussen de 12e en 60e dag, waarin katten open staan voor indrukken en lessen. Deze inprentingsperiode is cruciaal voor het gedrag van de volwassen kat. Heeft de kat in deze tijd geen mensen gekend, dan zal deze moeilijk te socialiseren zijn.

Als een moederpoes de uitgekozen veilige nestplaats niet veilig genoeg vindt, kan ze de jongen zo nu en dan naar een andere plek brengen. Dit doet zij instinctief. Hierbij worden de jongen aan het nekvel gedragen. Een ook bij volwassen katten aanwezige reflex zorgt ervoor dat de dieren dan compleet ontspannen zijn.

Tegenwoordig worden de meeste kittens rond de 8 weken naar de nieuwe eigenaar gedaan. Wettelijk gezien mogen kittens vanaf 7 weken bij de moeder weg gehaald worden. Het is echter aan te raden de kittens veel langer bij de moeder te laten, zeker tot zij een week of 15 zijn. De kittens zijn tegen die tijd twee maal gevaccineerd en hun natuurlijke weerstand is voldoende opgebouwd. Bovendien bestaat er zo minder kans op latere gedragsproblemen: hoe vroeger kittens bij de moeder worden weggehaald, hoe minder stabiel hun persoonlijkheid is en hoe groter de kans op gedragsproblemen (agressie, angst, onzindelijkheid) op volwassen leeftijd (recent onderzoek, data nog niet gepubliceerd).