De veterinaire keuring

Als u de hal binnenkomt, treft u daar mensen van het secretariaat aan.
U noemt uw naam en u krijgt van hen een envelop met daarin een kooikaart.
Met deze envelop en het inentingsboekje gaat u naar één van de dierenartsen.
U zet uw kat op de ontsmette tafel en de dierenarts controleert het inentingsboekje en kijkt uw kat na: schone neus en ogen, schone oren, schone vacht zonder ongedierte en eventuele aandoeningen.
Is uw kat in orde bevonden, dan krijgt u een stempel op de kooikaart.

In de hal
U pakt de kat en het inentingsboekje weer in en gaat naar de ingang van de zaal.
Bij de ingangscontrole worden de kooikaarten en het aantal katten, dat u meeneemt, gecontroleerd en krijgt u een catalogus.
Op de envelop, die u bij de ingang gekregen heeft, staat behalve uw naam een vakletter en een nummer.
U zoekt in de zaal het betreffende vak op en daarna het kooinummer.
(Dit is een ander nummer dan dat op uw bevestiging, we werken nu met catalogusnummers!)
Dat is de kooi voor uw kat.
Ga nooit verhuizen en verhang nooit kooinummers!
Dat kooienplan is een enorm karwei, want andere exposanten hebben ook hun voorkeur voor plaatsing kenbaar gemaakt.
De gevolgen van zulke privé-acties zijn heel vervelend: Andere exposanten hebben de kooien voor hun katten niet meer naast elkaar; Jan zit niet meer naast Truus, terwijl hij dat nog zó had doorgegeven; men kan u en uw kat niet vinden en het resultaat is, dat uw kat niet gekeurd wordt.
Nu richt u de u toegewezen kooi in met de gordijntjes en de bodembekleding.
U kijkt uw kat na, maakt hem showklaar en zet hem in de kooi.
U neemt het kattenbakje en haalt in de zaal wat kattengrit en u vult het waterbakje.
Misschien heeft hij zin in wat eten?
Nu is het wachten.