Er wordt wel beweerd dat katten minder snel een vergiftiging oplopen dan honden omdat het kieskeurige eters zijn.
Een kat is dan misschien kieskeurig, maar aan de andere kant ook nieuwsgierig van aard en loopt daardoor weer meer risico op vergiftiging.
Bovendien wast elke kat zich uitgebreid en kan daarbij schadelijke stoffen oplikken wanneer deze in zijn vacht terecht zijn gekomen.

Als een kat wordt blootgesteld aan schadelijke stoffen is de kans relatief groot dat hij daar ook meteen erg ziek van wordt, alleen al vanwege zijn geringe lichaamsgewicht.
Bovendien heeft een kat, die zich niet lekker voelt, de neiging om zich te verstoppen waardoor een vergiftiging niet direct opgemerkt wordt.
Daarnaast is een kat een echte vleeseter (carnivoor), waardoor hij bepaalde leverenzymen mist die schadelijke stoffen kunnen afbreken.
Om al deze redenen is de kans dat een kat goed herstelt van een vergiftiging kleiner dan bij een hond.

Vaak is niet bekend door welke stof een vergiftiging is veroorzaakt. In elk huis en tuin zijn wel middelen te vinden die giftig kunnen zijn voor katten.

Voorbeelden van producten in huis:

Schoonmaakmiddelen zoals bleekmiddel, vloeibare allesreiniger, deodorant en luchtverfrisser.
Desinfectiemiddelen (vooral fenolverbindingen zoals 'Dettol' die in water een melkachtige oplossing vormen).
Geneesmiddelen voor de mens, zoals laxeermiddelen, aspirine, paracetamol en anti-depressiva.
Producten voor de auto, zoals antivries, remvloeistof, benzine, olie en ruitenwisservloeistof.
Schoonheidsproducten zoals haarkleurmiddel, nagellak, nagellakremover en zonnebrandmiddel.
Klusproducten zoals verf, beits, afbijtmiddel, spiritus en impregneermiddel.
Overige huishoudelijke producten zoals mottenballen en schoenpoets.


Voorbeelden van bestrijdingsmiddelen:
Insecticiden op basis van o.a. organofosfaten en pyrethroïden (tegen mieren, wespen of andere insecten).
Bestrijdingsmiddelen tegen slakken met werkzame stoffen, zoals metaldehyde en methiocarb.
Schimmelwerende middelen tegen allerlei vormen van schimmel (bijvoorbeeld tegen meeldauw en roest op rozen en andere planten), zoals thiophanage-methyl en benomyl.
Middelen voor de bestrijding van muizen en ratten, zoals brodifacoum, difenacoum, chlorphacione en coumatetralyl.



Vooral vergiftiging door ratten- en muizengif komt vaak voor, doordat de kat vergiftigde prooien opeet. Soms eet een kat slakkenkorrels: geef daarom de voorkeur aan een ander (vloeibaar) middel tegen slakken. Over het algemeen gebeuren er minder ongelukken met de overige genoemde bestrijdingsmiddelen, zolang de juiste dosering en gebruiksaanwijzing worden gerespecteerd en katten tijdens de behandeling weggehouden worden totdat de spray of vloeistof opgedroogd is. Bewaar gevaarlijke producten buiten bereik van kinderen en huisdieren.
  • Like
Reactions: Poppy081118